Sidebar Window


Rubrieken



Links



Tibetaanse terrier

Geschiedenis van de Tibetaanse Terriër:

De Tibetaanse Terriër is een van de oudste honden rassen die we kennen.

Wist u dat;

De Tibetaanse Terriër is in de Apso Familie samen met een herdershond, onder andere. Ze zijn geen echte Terriër, noch hebben zij de kenmerken van een Terriër.

Persoonlijkheid van de Tibetaanse Terriër

De persoonlijkheid van de Tibetaanse Terriër is zeer intelligent, gevoelig, trouw, toegewijd en aanhankelijk.  Het ras is voorzichtig of gereserveerd. Het temperament van de Tibetaanse Terriër kan worden vergeleken met die van een intelligent, liefdevol, een beetje ondeugend kind. Volledig gewijd aan zijn of haar omgeving, de Tibetaanse Terriër  wordt snel lid van de familie waarbij ze woont.

Het ras is nieuwsgierig en houdt van reizen en nieuwe plaatsen ervaren, bij voorkeur in de buurt met jou.Misschien wel het belangrijkste kenmerk van het ras is de gevoeligheid voor de stemmingen en omstandigheden van de eigenaar of familie. Deze factor, in combinatie met zijn aangeboren intelligentie en toewijding, maakt de Tibetaanse Terriër een opmerkelijke metgezel voor het leven. Zelfs op oudere leeftijd, is er een heerlijk kinderlijke kwaliteit over het ras dat de meeste vertederend vinden.  Ze zijn vrolijke metgezellen. 

Geschiedenis van de Tibetaanse Terrier,

De Tibetaanse Terriërs kwam uit het land van Tibet, waar ze werden gefokt en opgroeide in de kloosters van de Lama’s bijna 2000 jaar geleden.Deze ruige honden werden bekend als “de Heilige Honden van Tibet”.  Ze werden gekoesterd door de lama’s, die hield ze als metgezellen, geluksbrengers. mascottes en waakhonden. Een vreemde  bezoeker van de Lost Valley destijds kreeg vaak een Tibetaanse Terriër mee vanuit de kloosters om hem te beschermen tijdens de gevaarlijke terugreis naar de buitenwereld.

Er zijn ook aanwijzingen dat de Tibetaanse Terriërs werden gebruikt om de kuddes van de steile rotsachtige bergen te halen. Door hun grootte en lenigheid konden ze in de berg gebieden van de Himalaya dienst doen waar grotere honden moeilijk konden komen. Ze werden nooit verkocht, maar kreeg ze als geschenk voor geluk en als teken van groot respect. Tibetaanse Terriërs werden gewaardeerd als metgezellen en behandeld als kinderen in het gezin. Ze werden beschouwd als “geluk brengers”.

In de jaren 1920 kreeg een praktiserend arts Mevr Greig een Tibetaanse hond, genoemd Bunti,  door een dankbaar Tibetaanse vrouw wiens zij had behandeld. Toen de arts terug ging naar Engeland, vestigde ze de beroemde kennel waarmee zij de grondlegger was van de bekendheid van de Tibetaanse Terriër (Lamleh lijn) binnen Europa.

In de loop van de jaren werden er meer honden naar Groot-Brittannië en naar diverse andere Europese landen geïmporteerd. Met name de fokkerij van Mr. en Mrs. Downey (kennelnaam Luneville) was van belang. Uit onder andere twee exemplaren van de Lamleh-kennel en de wat afstamming betreft niet nader bekende dekreu Trojan Kynos, fokte dit echtpaar een eleganter type hond. Deze meer moderne Tibetaanse Terriër geniet sinds de jaren ‘60 een toenemende belangstelling..

Rasstandaard Tibetaanse Terriër:

Algemeen: Stevig, middelgroot, langharig, vierkant van vorm, vastberaden uitdrukking.

Kenmerken: Levendig, trouw karakter, gezelschapshond met veel innemende manieren.

Aard: Vriendelijk, attent, zeer intelligent, moedig, noch fel noch vechtlustig, gereserveerd tegenover vreemden.

Hoofd en schedel: Schedel van middelmatige lengte, niet breed of grof, enigszins versmallend van oor naar oog, noch gewelfd noch geheel vlak tussen de oren. De jukbeenderen zijn gebogen, maar niet zo sterk ontwikkeld dat ze uitsteken. Duidelijke maar niet overdreven stop, krachtige snuit met goed ontwikkelde onderkaak. De lengte van de neuspunt tot aan het oog is gelijk aan de lengte van oog tot aan de achterkant van de schedel. Zwarte neus. Het hoofd is rijkelijk voorzien van lang haar dat naar voren over de ogen valt. De onderkaak heeft een kleine maar niet overdreven baard.

Ogen: Groot, rond, noch uitpuilend noch diepliggend, tamelijk ver uit elkaar staand. Donkerbruin met zwarte oogranden.

Oren: Hangend, niet te dicht tegen het hoofd gedragen, V-vormig, niet te groot, zwaar bevederd.

Gebit: Schaar of omgekeerde schaar, de snijtandjes in een lichte boog geplaatst, gelijkmatig verdeeld en haaks op de kaak staand.

Voorhand: Zwaar bevederd, schouders goed geplaatst, benen recht en evenwijdig, middenvoetsbeentje iets schuinstaand.

Lichaam: Goed gespierd, compact en krachtig, lengte van top van schouder tot staartaanzet is gelijk aan de schouderhoogte, goed gebogen rib, vlakke rug boven de ribben, lendenen kort en licht gebogen, coupe vlak.

Achterhand: Zwaar bevederd, goed gebogen kniegewricht, laag geplaatst spronggewricht.

Voeten: Groot en rond, zwaar behaard met haar tussen de tenen en voetzolen, staat goed met de voetzolen op de grond, voeten niet gebogen.

Staart: Middelmatige lengte, tamelijk hoog aangezet, in een vrolijke krul over de rug gedragen , zeer zwaar bevederd, een knik bij de punt is toegestaan.

Gangwerk: Vlot, goed uitgrijpend, krachtig stuwend, bij het lopen of draven moeten voor en achterbenen een lijn vormen en mogen niet naar binnen of naar buiten draaien.

Beharing: Dubbele vacht, ondervacht is fijn en wollig, de bovenvacht is overvloedig, maar mag niet zijdeachtig of wollig zijn, lang, recht of gegolfd, maar niet gekruld.

Kleur: Zwart, wit, wit/zwart, goudkleurig, driekleurig, créme, grijs, rookkleurig, alle kleuren zijn toegestaan, uitgezonderd chocolade of leverkleur.

Grootte
: Schouderhoogte bij de reuen: 35,5 - 40,5 cm, de teven iets kleiner.

Fouten: Iedere afwijking van bovengenoemde raspunten moet als een fout worden beschouwd, de zwaarte waarop de fout beoordeeld moet worden, moet in de juiste verhouding staan tot de mate van die fout.

Opmerking: Reuen moeten twee ogenschijnlijke normale testikels bezitten, die volledig in het scrotum zijn ingedaald.